Boekverslag
Veel lezers willen een boekverslag maken van Schaduwspits. De meeste informatie daarvoor staat natuurlijk in het boek zelf.Als je meer wilt weten over Corien Botman, probeer dan de Waaivragen eens, op deze site. Ook op de website van de uitgever van het boek, Querido, staan allerlei weetjes. En op www.corienbotman.nl natuurlijk.
In het artikel hiernaast, dat eind september 2005 verscheen in het Noord-Hollands Dagblad en werd geschreven door Jan Vriend, kun je meer lezen over jeugdvoetbal en over het ontstaan van Schaduwspits.


De jeugdopleiding van Ajax op de Toekomst stond model voor Titanen en het jeugdcomplex de Belofte.

Jong en uitverkoren
Eén procent redt het. Van de honderd jongens die aan de jeugdopleiding bij Ajax beginnen, haalt uiteindelijk eentje het eerste elftal. Maar bijna niemand van de jonge 'warmlopers' houdt er rekening mee dat hij bij de afvallers zou kunnen horen.‘Twijfel kennen ze niet,’ leerde Corien Botman, auteur van de jeugdroman Schaduwspits. ‘Want wie er maar half in gelooft, maakt zijn droom nooit waar.’ Een jaar liep ze mee met de jeugdelftallen van de KNVB, Ajax en ADO Den Haag. Met de bus mee naar uitwedstrijden, sfeer proeven in de kleedkamers, op de koffie bij de jongens thuis. Praten met hun vader en moeder over verwachtingen en verplichtingen. En met het zusje dat er maar niet aan kan wennen dat alle aandacht naar haar talentvolle broertje gaat. Maar vooral veel kijken, naar jongens die bezeten zijn van voetbal.
‘Als ze van een heel team na een lange busrit allemaal tegelijk naar de wc moeten, dan hebben de beste spelers voorrang. Dat gaat stilzwijgend. En in de rangorde langs de lijn zijn de ouders van de sterspelers het belangrijkste.’ Het zijn zomaar een paar dingen die de schrijfster opvielen toen ze zich verdiepte in ‘het wereldje’ van noppen en gras.
Trukenboek
Alle indrukken komen samen in Milan, de hoofdpersoon in Schaduwspits. Hij zit in de brugklas en heeft elke vrije minuut een bal aan zijn voet. Ligt de bal stil, dan kijkt hij naar een videoband over Marco van Basten of sjort hij aan de stangen van zijn voetbalspel. In zijn ‘trukenboek’ noteert hij alle schijnbewegingen die hij ziet, in gedachten geeft hij zijn eigenantwoorden op vragen die voetbalbladen de échte helden stellen. Zijn vader is zijn grootste supporter. Die maakte zijn moeder zwanger in de euforie na de beroemde uithaal van Van Basten bij het EK van 1988. Dat moet een vrijpartij met een gipsen poot zijn geweest, want Milans vader was destijds geblesseerd na een korte loopbaan als profvoetballer.
Eén-tweetje
Zijn moeder betwijfelt openlijk of voetbal en geluk wel zo’n geslaagd één-tweetje zijn, maar zijn vader gelooft in de droom. Brullend langs de lijn en uren pratend over techniek en tactiek probeert hij zijn zoon naar de top te begeleiden. Hij is in de wolken als Milan wordt aangenomen bij de jeugdopleiding van een profclub.Freke, een buurmeisje dat ook bij Milan op school zit, ergert zich dood aan die blinde ambitie. Zij volgt Milan met een eigen belang: als ‘vergeten onderbouwer’ probeert ze een plek bij de schoolkrantredactie te bemachtigen. Om zich daar te bewijzen wil ze per se een verhaal over de aankomend profvoetballer schrijven. Als ze gaat spitten in de achtergronden, komt ze
erachter waarom de vader van Milan zo gebrand is op voetbalsucces.
Mannen in pakken
Onder de voorwaarde dat ze Ajax in haar boek niet bij naam zou noemen, mocht ze bij de jeugdafdeling daar komen kijken. ‘In vergelijking met ADO is alles op het jeugdcomplex bij Ajax veel gelikter. Overal mannen in pakken en blinkende kleedkamers. De sfeer van professionaliteit. Nooit te laat komen. Afspraak is afspraak. Ja trainer, nee trainer. Het is een harde, commerciële omgeving. Uiteindelijk zijn die jongens voor de club toch een investeringdie op de lange termijn rendement moet opleveren. Het dilemma voor de begeleiders wordt dan: “dit is goed voor de club, maar is dit ook goed voor deze jongen?” Toch had de menselijke benadering steeds de boventoon. Gelukkig.’
Wat haar opviel is de grote aanslag die een talentvol kind vaak doet op de rest van het gezin. ‘De eerste jaren zitten ouders uren in de auto om hun zoon heen en weer te rijden. Voor de andere kinderen is het slikken en schikken als vader of moeder wéér met hun voetbalbroer onderweg is.’
Talent
De meeste jeugdspelers konden haar geen antwoord geven op de vraag wat ze willen doen als ze uiteindelijk niet goed genoeg zouden blijken om profvoetballer te worden. ‘Daar staan ze gewoon niet bij stil. Eerst begreep ik dat niet. Als je berekent hoeveel jongens het uiteindelijk halen, kom je tot de nuchtere conclusie dat de top maar voor een klein deel is weggelegd. Later begreep ik dat die overtuiging dat je het haalt onmisbaar is óm het te halen. Wie niet in zichzelf gelooft, redt het nooit. Al heb je nog zo veel talent.’Opluchting
Hoe erg is het voor een junior om uiteindelijk tóch afgewezen te worden?‘Heel erg. Maar tegelijk zijn de meesten reëel: ze weten dat het erbij hoort. Als je op dat niveau speelt, is selecteren en afvallen een deel van je bestaan. Voor sommigen is het een opluchting. Je bent van de spanning af of je wel wordt opgesteld. En de oud-Ajacieden zijn bij de terugkeer naar hun eigen club toch weer de helden. Ze zijn weer de besten, net als vroeger.
En iedereen kijkt toch een beetje tegen je op als je bij een profclub hebt gespeeld. Veel jongens die het eerste van Ajax niet halen, komen via een omweg toch in het betaalde voetbal terecht.’
Tijdens het onderzoek voor haar boek werd de schrijfster niet alleen wijzer over schijnbewegingen en spelsystemen. Meer nog leerde ze over motivatie. ‘In deze tijd wordt het
niet altijd gewaardeerd als je ergens in wilt uitblinken. 'Doe maar gewoon, sloof je niet zo uit’, is vaak de reactie. Maar bij voetbal is dat anders. Daar is het geaccepteerd dat je je in het zweet werkt, daar mag je fanatiek zijn, daar krijg je applaus als je het hardst werkt.’
Zo leerden de junioren haar vooral een mentaal balletje hoog te houden. ‘Ik deed altijd een stapje terug om niet te vallen. Uit gemakzucht, en omdat ik bang was dat ik mezelf en anderen zou tegenvallen. Sinds mijn tijd tussen de voetballers weet ik hoe mooi het kan zijn om ergens helemaal voor te gaan.’ Geen angst om te falen? ‘Vaak. Maar als je echt je best doet, mislukt er zelden iets. Hooguit valt het een beetje tegen.’
Van Gaal: ‘Boek waar ik veel in herken’
AZ-coach Louis van Gaal las de drukproeven van Schaduwspits na op voetbaltechnische invalshoeken. ‘Het is een waarheidsgetrouw boek waar ik veel in herken’, zegt Van Gaal. ‘Voor jongens met een voetbaldroom is het heel leerzaam. Het verhaal laat zien dat dat sport mooi is, maar dat het niet het enige is in de wereld. De invloed van het buurmeisje laat zien dat de voetballer op alle manieren een boeiende ontwikkeling doormaakt. Ik heb het met veel plezier gelezen.’Bij Ajax zijn nu 204 voetballers tussen de 8 en de 19 jaar in opleiding. ‘Voetbal is belangrijk, maar school komt altijd op de eerste plaats’, zegt Jur Ronner. Hij is coördinator sociaal-maatschappelijke begeleiding bij de Ajax-jeugd. Bij het schrijven van haar boek had Corien Botman nauw contact met hem. ‘Ze heeft de sfeer goed getroffen. In het boek wordt invoelend beschreven hoe groot de invloed van zo'n voetbaltalent is op het gezinsleven. Met gevoel en warmte beschrijft ze precies wat hier gebeurt.’