Waaiboek
Freke heeft een boek met een dikke, rode kaft waarin ze vragen opschrijft. Hele lijsten heeft ze al. Waarom? staat er op de eerste bladzijde van het boek. Why? Waai? Ze hoort de vragen van anderen, vindt ze in kranten en tijdschriften en verzint ze zelf. Als er een vraag voorbij fladdert vangt ze hem en prikt ze hem op.Freke geeft geen antwoorden. Corien Botman wel.
Heb jij ook een waaivraag? Meteen opsturen!




Waaivragen van Marieke de Boer (13 jaar)
Hoe zien Milan en Freke er uit qua karakter?
Als je het boek hebt gelezen, heb je hopelijk een idee van de karakters. Milan is een jongen die weet wat hij wil. Hij blijft overtuigd van zijn kwaliteiten, ook al zit het hem niet steeds mee. Hij is serieus en leergierig. Freke is niet zo overtuigd van zichzelf, ze heeft ook altijd maar in de schaduw van die zus gestaan. Ze is een beetje bevooroordeeld maar wel nieuwsgierig, ze heeft kwaliteiten die ze zelf nog niet ziet. En humor!Ga je ook nog een voetbalboek schrijven met meisjes die voetballen in plaats van een jongen? Want er zijn genoeg meisjes in Nederland die voetballen.
Ik ga geen voetbalboek meer schrijven, voorlopig niet in ieder geval. Veel lezers vragen om een vervolg, maar ik maak toch liever iets anders. Heb net een kort verhaal gemaakt voor een spannende verzamelbundel die deze zomer uitkomt, over een paranormale kat. Sta ik straks in één boek met al mijn schrijvershelden bij Querido! Heel stoer vind ik dat. Nu schrijf ik verder aan mijn derde boek, over een jongen die van de grote stad verhuist naar het Zeeuwse land.
Waaivragen van Geordan Bremen
Heb je nog meer boeken over voetbal geschreven? Als je dat niet gedaan hebt, wil ik weten: Ga je nog een boek over voetbal schrijven?
Nee, van mijn drie boeken gaat alleen Schaduwspits over voetbal. Ik weet niet of ik nog een voetbalboek ga schrijven. Niet snel, dat weet ik wel.Ik heb ook Leif, mijn lief geschreven, voor lezers vanaf 15 jaar. Dat gaat over liefde, eigenlijk. Over de eerste echte verkering en de eerste echte seks.
Begin 2008 is Prinsenleven uitgekomen, over een gezin dat zes miljoen wint in een grote loterij. Dat zijn ook leuke boeken, maar ze gaan dus niet over voetbal!
Waaivragen van Michelle Brussee
Waarom heb je gekozen om over Ajax te schrijven en niet bijvoorbeeld over Feyenoord?
Omdat ik een vriendin heb die veel mensen kent bij Ajax. Zij heeft ervoor gezorgd dat ik daar onderzoek mocht doen bij de jeugdopleiding. Maar als ze veel mensen had gekend bij Feyenooord zou ik daar hebben meegelopen met een jeugdelftal. (Maar Ajax is wel een beetje mijn cluppie, hoor!)Heb je zelf kinderen die voetballen?
Jazeker. Jan en Toon voetballen allebei bij ASC in Oegstgeest. Jan heeft een tijdje niet gevoetbald en speelde eerst bij een andere club. Maar hij is vernoemd naar Johan Cruijff en Rinus Michels (vroeger een beroemde trainer), dus het was eigenlijk al de bedoeling dat hij ging voetballen toen hij nog in mijn buik zat.Toon staat in de verdediging of op doel. Hij kan keihard sprinten. Als hij getraind heeft komt hij altijd thuis met een heel rood hoofd en drinkt hij drie glazen water.
Lijk je op Freke qua karakter?
Freke heeft wel een paar dingen meegemaakt die ik als voetbaljournalist (de eerste vrouwelijke in Den Haag) ook heb beleefd. Maar ik heb geen oudere, slimme, knappe zus – mijn jongere zusje heeft dat wel, trouwens.En wat betreft dat karakter... Ik heb ook heel lang niet goed mijn best durven doen, eerlijk gezegd.
Ga je misschien nog een boek schrijven over hockey? Want dat is mijn hobby.
Je weet natuurlijk nooit wat er gebeurt. Of ik ooit een boek ga schrijven voor volwassenen, of een filmscenario. Of dat ik over bollenpellen ga vertellen, of over wintertenen…Maar ik weet wel heel zeker dat ik nooit een boek over hockey ga schrijven. Ik weet niks van hockey en als ik het zie op de televisie, vind ik het altijd zo’n gedoe! Dat kromme rennen vooral.
Maar hockeymeisjes zijn natuurlijk wel weer heel leuke personages!
Dus misschien, maar reken er niet op!
Ben je zelf opgegroeid in een voetbalfamilie?
Nee! Ik kom uit een gezin van voetbalhaters! Als ik zondagavond voetbal wilde kijken op tv, gingen we altijd net aan tafel en moest-ie uit.Gelukkig had ik een oom, die gek was van sport. Zijn kinderen juist weer niet, dus als er schaatsen was of als Ajax Europa Cup speelde, ging ik altijd naar hem toe om te kijken. Op www.corienbotman.nl vertel ik over hem. Onze jongste zoon is hem vernoemd: Toon.
Waaivragen van Thomas Klay (11 jaar)
Waarom ben je gaan schrijven over voetbal als je ook een onderwerp had kunnen kiezen waar je niet een jaar stage voor had hoeven meelopen?
Omdat ik het leuk vind zelf iets te leren van het boek dat ik aan het schrijven ben. En iets leren kost mij veel tijd, want ik wil overal lang over nadenken. Ik was benieuwd hoe het is voor kinderen om aan topsport te doen. Het leuke van zo lang meelopen was dat ik na een tijdje ging zien hoe iedereen reageerde. Op bankzitten, bijvoorbeeld. Er was een heel grappig rasta-jongetje (die in het boek de bal 800 keer hooghield voor een volle Arena, weet je nog?) dat niet treurig te krijgen was. Als hij een uitbrander kreeg en op de bank moest komen zitten omdat hij alleen maar truukjes uithaalde, zat hij moppen te vertellen in de dug-out. Een andere jongen was van binnen altijd woedend als hij niet in de basis stond, dat kon je aan hem zien. Als hij dan mocht invallen was hij nog steeds woedend en dacht hij: nou zullen ze eens wat zien! En dan bakte hij er niks van. Weer een ander was heel stil en zat tijdens de wedstrijdbespreking alleen maar naar zijn schoenen te kijken. Ik denk dat die jongen de hele tijd moest poepen van de zenuwen. Toen ik vorig jaar weer even terug was bij Ajax zat hij er ook niet meer bij...Wat vind je naast schrijven je leukste hobby?
Koken vind ik het leukste, vooral voor mensen van wie ik veel hou. We hebben vrienden met wie we een keer per jaar op vakantie gaan en als die komen eten en ik de hele middag in de keuken sta te snijden en hakken en roeren en prakken ben ik erg gelukkig. Vooral als ik dan de knoflook begin te bakken.Hield je toen je klein was ook al van sport?
Ja, ik deed aan atletiek en volleybal. Maar voetbal kijken vond ik het allerleukst. We woonden vroeger zo’n beetje tegen een voetbalcomplex aan. Bij die vereniging deed ik aan atletiek, en atletiekleden mochten zondags gratis naar het eerste kijken. Dat deed ik regelmatig, in mijn eentje. Mijn belangstelling voor voetbal kwam nogal uit de lucht vallen. Thuis begon iedereen te zuchten als ik naar Studio Sport wilde kijken; mijn ouders hadden op die tijd liever een gezellige maaltijd met het gezin. Ik ben eigenlijk opgegroeid tussen voetbalhaters.Ben je nu bezig met een boek, zo ja, waar gaat het over?
Ja, het gaat over een jongen van elf die met zijn vader, moeder en kleine zusje op het Zeeuwse platteland komt wonen, omdat zijn moeder het in de grote stad te gevaarlijk vindt.Over twee weken ga ik een paar dagen logeren in Zeeland, om voor de zoveelste keer te bekijken hoe dat zou zijn voor een kind: zomaar opeens tussen al dat land, die lucht en dat water - als je gierende trams en spuitende junks gewend bent. Hopelijk leer ik daar dan zelf ook weer iets van.
Waaivragen van Hans Janssen
Heb je vaker over voetbal geschreven?
Tijdens mijn studie Nederlands werkte ik op zondagavond bij de Leidse Courant, waar ik de voetbaluitslagen van de afdeling Leiden bij elkaar moest bellen. Daarna kreeg ik een vaste baan op de sportredactie bij dagblad Het Binnenhof, een regionaal dagblad dat nu niet meer bestaat. Ik was de eerste vrouwelijke ‘voetbalman’ in Den Haag en maakte mee wat Freke in mijn boek meemaakt: een trainer die niet met me wilde praten omdat ik een meisje was, mannen in de bestuurskamer die dachten dat ik de moeder van de pupil van de week was, en daarna van hun stoel vielen als ik na de wedstrijd een jonge borrel bestelde.Hoe heb je onderzoek gedaan voor het boek?
Behalve bij Ajax heb ik rondgekeken bij de jeugdopleidingen van ADO en de jeugdselecties van de KNVB. Toen hij nog trainer van AZ was, heb ik een lang gesprek gehad met Co Adriaanse, omdat hij zolang met jeugdspelers heeft gewerkt. Bij Ajax mocht ik meelopen met de C1 van trainer Maarten Stekelenburg, die me fantastisch geholpen heeft. Ik bezocht trainingen, mocht de kleedkamer in en mee met de bus naar uitwedstrijden. Ik heb gesproken met scouts, medisch begeleiders en ben bij een paar jongens thuis geweest om met hen en hun ouders te praten.Het verhaal was in grote lijnen klaar voordat ik bij Ajax terechtkwam, ik wilde daar vooral geloofwaardige details verzamelen. Om te voorkomen dat een echte jeugdprof, zoals ik ze maar even noem, zou zeggen als hij het boek uit had: ‘Ja, maar zo gáát het helemaal niet bij een jeugdopleiding!’
Toen ik klaar was hebben Oscar Alkemade (hoofd opleiding ADO) en Louis van Gaal de proeven gelezen om te kijken of alles klopte.
Bestaat de vader van Milan? Is hij echt oud-speler van FC Den Haag?
Nee. Ik heb wel in voetbalplaatjesboeken opgezocht met welke spelers de vader in een elftal zat, als hij in 1988 bij Den Haag speelde. De wedstrijd tegen VVV, waarin hij geblesseerd raakte, is ook echt gespeeld op die datum en met die uitslag. Milans vader was een soort Joop Lankhaar, denk ik, met een beetje Cor Lems en een Ajax-vleugje Jan Wouters.
Hoe kwam je op het idee om twee verschillende verhalen, over een voetballende jongen en een schrijvend meisje, te gaan schrijven?
Ik kreeg het idee al toen ik nog voetbaljournalist was, twintig jaar voordat ik Schaduwspits schreef. Ik was bij een wedstrijd om er een stuk over te schrijven in de krant. Ik maakte toen mee dat een vader van een jongetje dat langs de lijn aan het spelen was, uit het veld werd gestuurd vanwege een grove overtreding. Die speler kreeg heel vaak rode kaarten. Ik vroeg me af hoe dat zou zijn voor dat jongetje? Nu en later. Zou die zoon het gewoon gaan vinden, een vader die uit het veld gestuurd wordt? Zou hij zelf zulke overtredingen gaan maken als hij voetbalde? Of zou er een moment komen dat hij zijn vader erop zou aanspreken? Dat hield me toen bezig en die vragen zijn altijd in mijn achterhoofd blijven zitten. Toen ik na mijn eerste een tweede boek wilde schrijven, kwam het idee om iets te doen met zo'n vader en zo’n zoon. Pas later heb ik Freke te hulp geroepen omdat ik tijdens het onderzoek bij Ajax zoveel dingen ontdekte waar ik iets over wilde schrijven. Dat de jongens in een voetbalopleiding bijna geen sociaal leven hebben, bijvoorbeeld. Dat ze niet zo goed groeien omdat ze zo hard trainen. Dat ze bijna geen vakantie met het gezin kunnen hebben. Dat het best hard is, als je eruit geknikkerd wordt omdat je niet goed genoeg bent. Maar Milan vond al die dingen niet raar of stom. Hij wil prof worden en wil daar alles voor doen en laten. Toen heb ik Freke bedacht. Gelukkig maar, want daardoor is het een heel compleet boek geworden.
Wat vind je het leukste deel van Schaduwspits?
Het stuk waar Milan en Freke tafelvoetballen en ruzie krijgen. Dat was ook het leukste om te schrijven. Ik hoefde er helemaal niet over na te denken. Milan en Freke kregen ruzie in mijn hoofd en ik hoefde alleen maar heel snel op te schrijven wat ze tegen elkaar zeiden.
Hoe lang heeft het gekost om het boek te schrijven?
Twee jaar. Zolang doe ik steeds over mijn boeken. Ik denk eerst heel lang na, lees van alles over het onderwerp, of doe echt onderzoek. Dan schrijf ik een maand of drie aan het boek en laat ik het lezen aan Heel Goede Lezers. Hun opmerkingen verwerk ik in een nieuwe versie en zo gaat dat vaak drie of vier versies door.
Herkennen mensen zich wel eens in je boeken?
Ik heb een paar mails gehad van jongens die zich in Milan herkenden, van meisjes ook trouwens, die zich in Milan herkenden.
En over mijn laatste boek Hou van mij heeft een meisje mij verteld dat ze eerst dacht dat het over haar ging. Zij had hetzelfde meegemaakt. Ik heb lang met haar zitten praten op een terrasje bij het station van de plaats waar ik op haar school een lezing had gegeven. Ik wachtte op de trein en zij kwam bij me zitten.
Was het alleen maar leuk om aan Schaduwspits te werken of stond je ook wel eens op het punt om te stoppen?
Goh, dat zou ik niet meer weten. Wat altijd wel een bijzonder moment is, is het eerste gesprek met de redacteur van de uitgever. Dat is iemand die heel goed kan lezen en ziet waar een boek nog niet klopt. Een soort boekendokter, die zegt: “Daar en daar is het boek nog een beetje ziek en als je het dat medicijn geeft, wordt je boek beter.”
Toen ik Schaduwspits had ingeleverd had hij, Dik Zweekhorst heet hij, heel veel goeie vragen, goeie aanwijzingen, goeie tips. Ik ging heel blij weg, want ik kon het boek nog beter maken!
Maar toen ik thuiskwam, dacht ik: Maar hoe krijgen we dat in godsnaam allemaal voor elkaar, Dik Zweekhorst?!
Toen heb ik op een groot flip-overvel van elk hoofdstuk een samenvatting gemaakt in steekwoorden. Die heb ik opgehangen in mijn kamer. Zo zat ik midden in mijn boek, tussen mijn hoofdstukken een beetje om me heen te kijken (op een draaistoel). Ik ben rond gaan lopen met gekleurde stiften en heb elke verandering een kleur gegeven. Want als je iets verandert in een hoofdstuk moet er op andere plekken ook vaak dingen anders. Dat was een moeilijke klus, maar echt willen stoppen… Dat heb ik geloof ik nooit gehad.
Heb je meegemaakt wat er in Schaduwspits staat?
Sommige dingen die Freke meemaakt heb ik meegemaakt toen ik voetbaljournalist was in Den Haag. Daar was ook iemand die na afloop van een wedstrijd niet met me wilde praten omdat ik een meisje was. En toen ik onderzoek deed voor het boek, verstopte ik me in de kleedkamer ook vaak achter een jas, zodat de jongens zouden vergeten dat ik er was en ik ze kon zien zoals ze echt waren (met de slappe lach, of vloekend en gillend en elkaar bekogelend met rolletjes tape, bijvoorbeeld).
Waarom geen happy-end aan Schaduwspits?
Omdat ik wilde dat de lezers nog een tijdje blijven nadenken over het verhaal. Na een happy-end denk je vaak niks meer, dan is het klaar. Ik vind het wel een goed einde, omdat Milan en Freke allebei iets heel belangrijks hebben geleerd. Over zichzelf, over elkaar en over het leven. Maar sommige lezers worden er kwaad van, van dit einde.
Wie is Johan Rinus?
Mijn oudste zoon. Hij is vernoemd naar Johan Cruijff en Rinus Michels. Die laatste was trainer toen Nederland in 1988 Europees kampioen werd. We hebben hem een geboortekaartje gestuurd en kregen een felicitatie terug (van zijn vrouw, Wil). Johan Cruijff liet niets horen, trouwens.
Wat is je beroemdste boek?
Schaduwspits is het meest verkocht en het meest gelezen. De website heeft per dag meer bezoekers dan www.corienbotman.nl, die ook over de andere drie boeken gaat.
Om welk boek zou je beroemd willen zijn?
Altijd om het laatste. Ik probeer steeds betere boeken te schrijven.
Altijd al schrijfster willen worden? Van kids af aan al leuk om te schrijven?
Ik heb vroeger wel altijd veel geschreven: verslagen van schoolreisjes, stukken voor de schoolkrant en het clubblad van onze atletiekvereniging. Maar ik weet nog steeds niet of ik wel schrijver wil zijn. Ik vind het erg moeilijk, en je zit maar de hele tijd in je eentje op een kamertje. Daarom ben ik ook schrijfdocent geworden en sta ik voor de klas. Nu werk ik weer aan een nieuw boek. Dat speelt zich niet af op het voetbalveld, maar op een kerkhof.
Was een van je ouders schrijver?
Nee, mijn moeder kan wel heel goed weven en mijn vader had een winkel toen hij nog werkte. Maar hij schreef en schrijft altijd heel erg leuke briefjes. Hij heet Jan, maar ondertekent ze altijd met: Sjonnie.
Wat hij vroeger deed: de verhalen van mijn zus en mij opschrijven, die we op zondagochtend bij onze ouders in bed vertelden. Als we niet wisten hoe het verder moest, stelde hij een vraag, bijvoorbeeld: En wat deed hij toen hij de volgende dag uit school kwam? En dan konden we weer verder met het verhaal.
Daarna vouwde hij een heel klein boekje, niette de rug vast, schreef ons verhaal erin, maakte de tekeningen erbij en zette de titel op de voorkant en onze namen, als auteurs, eronder.
Hoe ben je op het idee gekomen boekenschrijfster te worden?
Ik had een oom die directeur van een krant was. Hij was mijn lievelingsoom, ik keek altijd voetbal en schaatsen bij hem als er grote wedstrijden op tv waren. Toen ik op de middelbare school zat, verhuisde hij naar Zwitserland en schreef ik hem brieven. Hij schreef altijd terug dat ik iets moest doen met dat schrijven. Dus het was eigenlijk zijn idee.
Hoe ben je precies schrijver geworden?
1. Door veel te schrijven toen ik jong was
2. Door veel te schrijven voor mijn werk
3. Door veel te lezen
4. Door een opleiding Schrijven voor kinderen te doen
5. Door heel veel te lezen over schrijven
6. Door te schrijven. Die eerste vijf dingen hoef je helemaal niet te doen. Je kunt alleen maar schrijver worden door te schrijven.
Hoe oud toen je je eerste boek schreef?
Veertig. Mijn eerste boek heet Leif, mijn lief. Ik had een schrijfjuf die tegen me zei: “Best leuk, die verhaaltjes van jou, maar ze gaan nergens over. Ga maar eens schrijven over iets waar je heel boos of verdrietig over bent geweest.”
Toen ging ik schrijven over mijn puberteit en over mijn eerste verliefdheid, ook over eerste keer seks. En de eerste keer dat ik bedrogen werd en bijna misselijk werd van liefdesverdriet.
Wat inspireert je om te beginnen met een boek?
Weet je wat me eigenlijk het meest inspireert? Lezen. Boeken lezen, recensies lezen, interviews lezen, krantenberichtjes lezen. Terwijl ik dat doe, denk ik heel vaak: “O ja, mooi om over te schrijven!” Ook als ik bezig ben met een boek helpt het om te lezen. Dan kom ik weer op nieuwe ideeën. Wat de personages mee kunnen maken, hoe ze kunnen reageren. En schrijven inspireert ook heel erg. Als je eenmaal begint en het niet erg vindt om stomme dingen op te schrijven (want die je kun je altijd weggooien) komen er opeens heel bijzondere ideeën en gedachten voorbij. (Moet je doen, Maud!)